Schaken lijkt lastig, maar je hebt vooral een paar heldere basisregels nodig. Je zet om de beurt. Je probeert niet “alles te slaan”, maar slim te plannen. Het doel is de koning van je tegenstander schaakmat te zetten. In dit artikel leer je de schaken spelregels in heldere taal kennen. Je ontdekt hoe je het bord goed opstelt, hoe elk stuk beweegt en wanneer je wint. Ook lees je de speciale regels van schaken, zoals rokade, promotie en ‘en passant’. Na het lezen van dit artikel kun je direct aan de slag met een partij schaken!
Je speelt met twee spelers. Wit begint altijd. Daarna zet je om de beurt één stuk. Je zet dus nooit twee stukken tegelijk (behalve bij rokade). Je doel is om de tegenstander schaakmat te zetten. Dat betekent dat de koning geen veilige uitweg meer heeft. Bij schaken hoort ook één gouden regel: je mag je koning nooit in schaak laten staan. Staat je koning schaak? Dan moet je dat meteen oplossen. Dan mag je geen andere zet doen.
In de uitleg hieronder leer je de basis stap voor stap. Je begint bij de startopstelling. Daarna leer je hoe stukken bewegen en hoe slaan werkt. Tot slot komen de speciale schaken spelregels nog aan bod.
Een schaakbord telt altijd 64 vakjes. Leg het bord goed neer voordat je begint. Leg het bord zo dat het vakje rechtsonder voor jou wit is.
Elke speler start met 16 stukken:
Zo zet je de achterste rij neer:
Je slaat door met je stuk op een vakje te landen waar een stuk van je tegenstander staat. Het geslagen stuk haal je van het bord.
Belangrijk bij bewegen:

Pionnen slaan anders:
Schaken kent ook een paar speciale regels die handig zijn om vooraf te kennen. In het overzicht hieronder leggen we deze stappen kort en duidelijk voor je uit:
Bij rokade verplaats je in één zet de koning én de toren. Je koning gaat twee velden richting een toren. Daarna zet je die toren naast je koning.
Rokade mag alleen als:
‘En passant’ is een speciale pionvangst. Je mag dit alleen doen direct nadat je tegenstander een pion in één zet twee vakjes vooruit heeft gezet. Je slaat die pion dan alsof hij maar één vakje vooruit was gegaan.
Zo werkt het, stap voor stap:
Voorbeeld: je hebt een witte pion op e5. Zwart zet een pion van d7 naar d5 (twee vakjes). Jij mag dan ‘en passant’ slaan met e5 naar d6. Je zet jouw pion op d6 en je haalt de zwarte pion van d5 weg.
Belangrijk: ‘en passant’ mag alleen meteen in jouw volgende zet. Wacht je een zet? Dan mag het niet meer.
Komt je pion op de laatste rij? Dan promoveert hij direct. Je kiest dan: dame, toren, loper of paard. Je mag dus ook een extra dame hebben.
Remise is een gelijkspel. Dit zijn de bekendste regels schaken voor remise:
Klaar om te spelen? Pak een schaakbord, zet de stukken op en speel je eerste partij rustig uit. Hoe vaker je speelt, hoe sneller de regels schaken vanzelf gaan aanvoelen en hoe makkelijker je vooruit kunt denken.
Wil je daarna iets luchtigers en sneller tussendoor spelen met vrienden of familie? Bekijk dan ook de spelregels van Halli Galli, zodat je meteen weet hoe dat spel werkt. Wil je online schaken? Bekijk dan eens de website van chess.com.
wat denk jij?